Stichting Getuigenis en Eenheid

1948

In Amerika werd in 1908 de ‘Federal Council of Churches of Christ’ opgericht om de protestantse kerken bij de beheersing van conflicten beter te kunnen helpen en om haar tot samenwerking te bewegen. Deze Raad ontstond, zoals blijkt uit het boek: “Antithese of synthese?” van C. van der Waal, uit verschillende organisaties die in Amerika waren opgericht om het binnensluipende modernisme te bestrijden. De meeste Amerikaanse Kerken sloten zich hierbij aan. De Federale Raad nam de werkzaamheden van de Amerikaanse afdeling van de Evangelische Alliantie over. Deze Alliantie was in 1845 te Liverpool opgericht om een soort ‘Christelijke Internationale’ te vormen. Het was geen verbond van kerken, maar van christenen, om een dam op te werpen tegen o.a. het modernisme, het rooms-katholicisme en geloofsvervolging. Deze Alliantie bevorderde echter door haar vage – hoewel orthodoxe – grondslag, dat zij, die in de kerk compromissen aangingen met modernen, en een institutaire eenheid met hen propageerden, of althans niet bestreden, als ‘broeders’ en als ‘evangelischen’ werden binnengehaald. Tegen haar oorspronkelijke opzet in is de Alliantie een der wortels geworden van de synthese-beweging: Evangelische Alliantie – Federale Raad van Kerken van Christus in Amerika – Wereldraad van Kerken.[I]

Over de geschiedenis van de oecumene schrijft J.A.E. Vermaat:

– “Reeds in het begin van de twintigste eeuw gingen er stemmen op om de verdeeldheid binnen de kerken te overbruggen. (…) Vooral op de zendingsvelden ondervond men veel moeilijkheden van de kerkelijke geloofsverschillen, hetgeen begrijpelijk is, daar een verdeeld christendom geen eenparig getuigenis kan geven.
Veel pogingen om te komen tot meer eenheid liepen op niets uit, maar toen in 1925 de Zweedse aartsbisschop van Uppsala, Nathan Söderblom (1866-1931), een interkerkelijke conferentie organiseerde, leek de basis voor toenadering gelegd. De conferentie had als thema “Life and Work” en streefde naar vernieuwing in de zending en sociaal kerkelijk werk. Het was de eerste grote oecumenische kerkvergadering van protestantse ambtsdragers. Söderblom staat dus aan het begin van de oecumenische beweging, van welke hij ook wel de vader wordt genoemd.
Toch, hoe schoon zijn bedoelingen en edel zijn karakter ook geweest mogen zijn, was hij dezelfde leer toegedaan als het vrijzinnig protestantisme. Hij nam het standpunt in van zijn vriend, Adolf von Harnack: “Het is waar, wonderen gebeuren niet; maar aan het wonderbare en onverklaarbare ontbreekt het niet… Dat een ezel gesproken heeft, dat een dode werd opgewekt, dat een storm werd gestild door een enkel woord, dat geloven wij niet, en dat zullen wij nooit weer geloven.” –
[II]

Söderblom rekende ook niet met wonderen als de maagdelijke geboorte van Christus en Zijn lichamelijke opstanding uit de doden.[III]

De conferentie van 1925 in Uppsala kreeg naderhand een permanent karakter in de beweging “Life and Work”, genoemd naar het ter vergadering behandelde thema.
In 1948 zou deze beweging (waarvan Söderblom inspirator en oprichter was) samensmelten met “Faith and Order” (Geloof en Kerkorde) tot de Wereldraad van Kerken.
[IV]

Toen de Wereldraad van Kerken werd geconstitueerd, werd door de deelnemende kerken een ‘seculiere’ greep gedaan naar het hogepriesterlijk gebed van Jezus om de eenheid van Zijn gekochte volk. (Johannes 17:21) Het heeft bovendien heel wat voeten in de aarde gehad voordat er een voor alle kerken acceptabele basisformule kwam. Zowel vrijzinnigen en remonstranten, als rechtzinnigen moesten zich erin kunnen vinden. De basisformule werd: The World Council of Churches is a fellowship of churches which accept our Lord Jesus Christ as God and Saviour.

J.A. Zeilstra schrijft hierover in een nummer van het “Documentatieblad voor de Nederlandse Kerkgeschiedenis na 1800”, ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van de Wereldraad van Kerken:
– “Vrijzinnigen hadden grote moeite met de basisformule. (…) De Amsterdamse vrijzinnige Lutherse hoogleraar C.W. Mönnich wierp de vraag op of vrijzinnigen wel mee konden doen op basis van deze grondslag. (…)
Door Christus zo te noemen heeft men, zo vond Mönnich, naar de in de oudheid gangbare begrippen Gods heilssoevereiniteit kunnen en willen belijden. Daar was niets mis mee, als aspect van de verlossing, maar het was volgens hem niet het een en al van het christelijk geloofsbezit. Zo werd de formule voor de twintigste eeuw onbegrijpelijk. Maar Mönnich vond niet dat vrijzinnigen zich vanwege de formule moesten laten weerhouden van het con amore meewerken in de Wereldraad. Zo’n formule kon geen gewetensconflict betekenen omdat zij geen belijdenis was, maar ‘een stichtelijkheid’ of een ongelukkig uitgevallen theologische formule.” –
[V]

Uit krantenverslagen over de constituering van de Wereldraad van Kerken blijkt, dat de aan de conferentie deelnemende kerken niet samen het Avondmaal konden vieren.[VI]

Deze oecumenische voorgeschiedenis maakte dat er bij fundamentalistische christenen bezorgdheid ontstond dat deze beweging uiteindelijk zou leiden tot de stichting van een wereldkerk, die de ‘bruid’ van de antichrist zou zijn.

Als tegenhanger werd door evangelische christenen, die nog vasthielden aan het onvervalste bijbelse evangelie en die de mening hadden dat zij contact met elkaar moesten zoeken tot onderlinge hulp en steun, in 1941 de Amerikaanse Raad van Christelijke Kerken (A.C.C.C.) gevormd. Deze Amerikaanse Raad van Christelijke Kerken heeft geleid tot de oprichting van een internationale organisatie.
Als uitvloeisel van zijn afwijzende houding tegenover de Geneefse Oecumenische Raad van Kerken (WCC) stichtte Dr. Carl McIntire, tien dagen voor de constituering van de Wereldraad van Kerken, in Amsterdam de ‘International Council of Christian Churches’ (ICCC). Aan deze conferentie, die gehouden werd van 11-19 augustus 1948 namen ongeveer 150 vertegenwoordigers van 61 protestantse kerken uit 29 landen deel.
De tweede conferentie werd gehouden in 1950, in Genève. De 450 deelnemers kwamen uit 43 landen en vertegenwoordigden 83 protestantse kerken. Op dit congres van Genève werd ook de constitutie van de ICCC definitief vastgesteld.
[VII]
De meest bekende figuur uit de leidende kringen van de ICCC is dr. Carl McIntire. Hij werd gekozen als eerste voorzitter van de Amerikaanse Raad van Christelijke Kerken, die hij in die functie diende van 1941-1943. In 1948 werd hij de eerste voorzitter van de ICCC. Dr. Carl McIntire is op 19 maart 2002 overleden.

Ter gelegenheid van de vijftigste herdenking van de oprichting van de ICCC, hield Dr. Carl McIntire op 12 augustus 1998 in de Christelijke Gereformeerde Kerk in Nederland (die bij de oprichting in 1948 de ‘gastvrouw’ was), een presidentiële toespraak, getiteld: “Fifty years and how it happened”, waarin hij memoreerde:

– “When we finished we declared that we stood solidly against de WCC with all its various religions, believing that all were pathways to God and heaven […] You have to look back and see God going ahead of us and giving us the joy and privilege of founding this International Council of Christian Churches to reject and offset the World Council of Churches with their plans for their One World Church, which would indeed be the bride of the antichrist.” –[VIII]

Vrij vertaald:

– “Aan het einde verklaarden we dat we onwrikbaar stonden tegenover de Wereldraad van Kerken, met al zijn verschillende religies, waarvan zij geloofden dat dit allemaal wegen waren naar God en de hemel […] Als we terugblikken dan zien we hoe God ons voorging en ons de vreugde en het voorrecht gaf de ICCC op te richten om te verwerpen en te bestrijden de Wereldraad van Kerken met hun plannen voor één wereldkerk, die dan ook de bruid van de antichrist zou zijn.” –

De bijbelgetrouwe christenen waren in 1948 in Amsterdam voor slechts één doel bijeen, namelijk om de Here te smeken te verhinderen dat de gemeente des Heren, door een valse eenheid in een Wereldraad van Kerken, de ‘bruid’ van de antichrist zou worden.
Op de zevende dag van deze conferentie die in het teken stond van het woord uit Jesaja 59:19 (St. Vert.): “Als de vijand zal komen gelijk een stroom, zal de Geest des Heren de banier tegen hem oprichten”, sprak de Heer:” Mijn kinderen hebben gebeden en ik antwoord. Neen, Ik zal de antichrist de eer niet gunnen Mijn volk bijeen te drijven, maar Ik zal dit doen door de zweepslagen van Mijn Woord.”

In 1948 stond de mensheid op een kruispunt van wereldomvattende politieke ontwikkelingen, die hevige spanningen met zich meebrachten en de dreiging van een nieuwe oorlog.

Tot die politieke ontwikkelingen behoorden:

1. De oprichting van de Staat Israël op 14 mei 1948.
Het joodse volk trachtte officieel de ballingschap op te heffen door de vestiging van een nationaal tehuis. Op 29 november 1947 namen de Verenigde Naties de resolutie aan Palestina op te delen in een Joodse en een Arabische Staat, waarbij Jeruzalem een internationale stad zou worden. Daags voordat het Britse mandaat op 15 mei 1948 zou eindigen, werd op een plechtige bijeenkomst van de Joodse Nationale Raad te Tel Aviv de Staat Israël geproclameerd.

2. Onmiddellijk na het uitroepen van de Joodse Staat en de (als eerste!) erkenning daarvan door de Verenigde Staten van Amerika in de Assemblee van de Verenigde Naties, rukten dezelfde dag nog de legers van de Arabische landen op in Palestina, en moest Israël op verschillende fronten tegelijk de jonge Staat verdedigen.[IX] Dagenlang werd er felle strijd geleverd in het hart van Jeruzalem, totdat de joodse verdedigers van de stad zich na twaalf dagen moesten overgeven aan het Arabische legioen.[X] Hiermee viel de oude ommuurde stad van Jeruzalem in Arabische handen, waarna nog geruime tijd bestanden en strijd elkaar afwisselden. Het uiteindelijke resultaat was een gescheurde stad: het westelijk deel behoorde aan Israël en het oostelijk deel werd onder het bestuur van de Arabieren gebracht.

3. Spanning om Berlijn.
Deze spanning liep zo hoog op, dat er een nieuwe (wereld)oorlog dreigde.
[XI] De toenemende onenigheid tussen de drie Westerse machten enerzijds en de Russen anderzijds maakte een gemeenschappelijk stadsbestuur op den duur onmogelijk. Toen de Westerse Drie (Amerika, Frankrijk en Engeland) begin 1948 besloten in hun sectoren de geldsanering door te voeren, leidde dit aan Sovjetzijde tot een heftige reactie. De toevoerwegen naar West-Berlijn werden afgesneden en geblokkeerd en de gemeenteraad en de Kommandatura vielen uiteen. Feitelijk viel hierdoor ook Berlijn in twee delen uiteen.[XII]

4. Na een hevige strijd komt het rode geweld in China tot een beslissende doorbraak.
Aanvankelijk numeriek en in bewapening veel zwakker dan de nationalisten (ruwweg 1:3) wisten de communisten hun krijgsmacht binnen twee jaar op gelijke voet te brengen. Tsjang Kai Sjek (leider van de nationalisten) is in november 1948 nog naar de Verenigde Staten afgereisd om hulp, maar de V.S. waren niet bereid om China uit ‘het communistische moeras’ te helpen. Op dat moment was Europa van groter belang dan Azië. Het gaf aan niet op twee fronten een ‘koude oorlog’ te kunnen voeren. In november/december 1948 wonnen de communisten een beslissende slag in Midden-China, waarna zij uiteindelijk op 1 oktober 1949 de Chinese Volksrepubliek uitriepen.
[XIII]

Al deze politieke constellaties brachten destijds in meer of mindere mate de wereldvrede in gevaar en hebben in de jaren daarna een wapenwedloop ontketend die het meest afschrikwekkende oorlogstuig heeft voortgebracht, tot en met de moderne ABC-wapens en het ruimteschild dat de Verenigde Staten momenteel op hun ‘verlanglijstje’ hebben staan.
De nucleaire dreiging, die in 1948 ‘embryonaal’ reeds aanwezig was, is nog steeds niet geweken. Wanneer de vlam in de pan slaat, hetzij in het Midden-Oosten, in Duitsland of in Azië (met landen die beschikken over nucleaire wapens en niet bereid zijn een non-proliferatieverdrag te tekenen of te ratificeren), is de ‘nucleaire’ ellende niet te overzien.

– In 1948 sprak de Heer: ” Ziet, Ik sta op de rand van uw bestaan”. –

(Uit: Oproep aan Kerk en Israël)


[I] C. van der Waal: “Antithese of synthese?”, pag. 29-34, J. Boersma, Enschede, 1951

[II] J.A.E.Vermaat: “Kerk en tegenkerk”, pag. 22,23, Buijten & Schipperheijn, Amsterdam, 1972

[III] Dr. D. Hedegård: “De oecumenische beweging en de bijbel”, pag. 149,150, Internationale Raad van Christelijke Kerken, Amsterdam, 1959

[IV] J.A.E. Vermaat: “Kerk en tegenkerk”, pag. 24, Buijten & Schipperheijn, Amsterdam, 1972

[V] J.A. Zeilstra: “Van evidente betekenis”  in: “50 jaar Wereldraad van Kerken – monument van eenheid?”, pag. 35, Documentatieblad voor de Nederlandse Kerkgeschiedenis na 1800, mei 1998, jaargang 21, nr. 48

[VI] Karl Barth in zijn toespraak op de plenaire zitting van het congres van de Wereldraad van Kerken over het onderwerp van sectie IV: “De menselijke verwarring en Gods heilsplan”, TROUW, 25 augustus 1948

[VII] Dr. D. Hedegård: “De oecumenische beweging en de bijbel”, pag. 197-201, Internationale Raad van Christelijke Kerken, Amsterdam, 1959

[VIII] Gerhard Besier: “Nationaler Protestantismus und  Ökumenische Bewegung”, pag. 325,326, Duncker & Humblot, Berlin, 1999

[IX] NRC, 15 mei 1948: “De Joodse Staat Israël uitgeroepen”, en “Israël moet nu op drie fronten strijden”;
Het Parool, 18 mei 1948: “Legers der Arabische landen rukken op in Palestina”.

[X] NRC, 29 mei 1948: “De Joden in het oude Jeruzalem capituleren”.

[XI] TROUW, 23 augustus 1948: “Drie wereldmachten tegenover elkaar op Potzdammer Platz”en Dr. Mott in: “Wereldraad van Kerken opent Congres”;
Foster Dulles en Prof. Hromodka: “Overwin eerst de oorzaken die tot oorlog leiden”, TROUW, 25 augustus 1948

[XII] Politische Paperbacks: “Das geteilte Deutschland”, pag. 34, W. Kohlhammer Verlag, Stuttgart, 1965;
NRC, 2 juli 1948: “Achtergrond van de nieuwe moeilijkheden te Berlijn”.

[XIII] TROUW, 22 november 1948: “Tsjang: Alles of niets”; TROUW, 15 december 1948: “V.S. niet bereid China uit moeras van communisme te helpen”.

Privacy Settings
We use cookies to enhance your experience while using our website. If you are using our Services via a browser you can restrict, block or remove cookies through your web browser settings. We also use content and scripts from third parties that may use tracking technologies. You can selectively provide your consent below to allow such third party embeds. For complete information about the cookies we use, data we collect and how we process them, please check our Privacy Policy
Youtube
Consent to display content from Youtube
Vimeo
Consent to display content from Vimeo
Google Maps
Consent to display content from Google
Spotify
Consent to display content from Spotify
Sound Cloud
Consent to display content from Sound