Stichting Getuigenis en Eenheid

Beker en Graan

Teneinde het Joodse volk in staat te stellen zijn door God bestemde Messiaanse ambt te kunnen vervullen, zal de heilige status van Israël temidden der natiën overeenkomst moeten vertonen met de status, welke Levi had temidden van de andere stammen. Het zal dus vrijgesteld moeten worden voor dit ambtswerk.
De profeet Jesaja roept, gedreven door de Geest des Heren, een ‘jaar van het welbehagen des Heren’ uit met de woorden:

– “… een jaar van het welbehagen des Heren en een dag der wrake van onze God; om alle treurenden te troosten, om over de treurenden van Sion te beschikken, dat men hun geve hoofdsieraad in plaats van as, vreugdeolie in plaats van rouw, een lofgewaad in plaats van een kwijnende geest. En men zal hen noemen: Terebinten der gerechtigheid, een planting des Heren, tot zijn verheerlijking. Zij zullen de overoude puinhopen herbouwen, het verwoeste uit vroeger tijd doen herrijzen en de steden vernieuwen, die in puin liggen, die verwoest hebben gelegen van geslacht op geslacht. Vreemden zullen gereed staan om voor u de kudden te weiden, vreemdelingen zullen uw akkerlieden en uw wijngaardeniers zijn; maar gij zult priesters des Heren heten, dienaars van onze God genoemd worden; gij zult het vermogen der volken genieten en u op hun heerlijkheid beroemen. (…)
En hun nageslacht zal onder de volken vermaard zijn en hun nakomelingschap te midden der natiën; allen die hen zien, zullen erkennen, dat zij het nageslacht zijn, dat de Here gezegend heeft.” – (Jesaja 61:1-9)

Deze profetie van Jesaja is in principe vervuld in Jezus (Lucas 4:18-21) en zal bij het aanbreken van ‘het aangename jaar des Heren’, het vrederijk voor alle volkeren, haar nadere vervulling krijgen.
De enige basis die van Godswege is gegeven om onze roeping tegenover Israël als priestervolk van de Messiaanse heilstijd na te komen is: Jezus van Nazareth, de Vredevorst, die als het Lam Gods door Zijn bloed de zonde der wereld wegneemt en die volgens Johannes 11:52 ook gestorven is om de verstrooide kinderen Gods bijeen te vergaderen.

Als teken zijn door een kleine groep gelovigen in Nederland en Zwitserland, gedurende een aantal jaren, speciale Avondmaalsdiensten gehouden, waarin een begin werd gemaakt met onze opdracht tot vrijstelling van het verkoren volk ten behoeve van hun priesterambt.
Zij kwamen tot dit initiatief door gehoor te geven aan het voorstel van Ds. Leenhouts in zijn boek ‘Een Pascha voor Jahwe’, een voorstel dat hij later in verschillende predikingen – als een soort oproep aan de ganse christenheid – heeft herhaald:

– “…niet omdat een datum op zichzelf enige waarde heeft in het koninkrijk Gods, maar om der wille van de duidelijkheid van het teken doe ik aan allen die nog geloven in Jezus Christus, zoals Hij ons is geopenbaard door profeten en apostelen, het voorstel:

Vier stad na stad, dorp na dorp, wijk na wijk, het Heilig Avondmaal op de eerste vrijdagavond van de maand.
Begin dit voor te bereiden.
Laat het een Pniëlworsteling zijn.

Verwacht dat de verbreking van Zijn lichaam op Golgotha ook nu de kracht heeft Zijn mystieke lichaam, de gemeente, te genezen.
Geloof in de kracht van Zijn bloed en doe samen een beroep op de kracht van Zijn bloed, opdat daardoor de duistere, satanische machten, die zowel de valse eenheid als de schuldige verdeeldheid instandhouden, gebroken mogen worden.
Overwin de duivel en de antichrist door het bloed van het Lam!
Verwacht over de ganse wereld het herstel van het ware Pinksteraltaar.
Verwacht op deze hereniging het Vuur des Geestes!
Bidt in dezelfde geest als de eerste gemeente van Handelingen 4:24-30, en de herstelde gemeente zal met de Heilige Geest vervuld worden om ook nú het Woord Gods met vrijmoedigheid te spreken.” –

In deze diensten werd het Heilig Avondmaal gevierd naar het richtsnoer van de apostel Paulus in 1 Corinthiërs 11:26:

– “Want zo dikwijls gij dit brood eet en de beker drinkt, verkondigt gij de dood des Heren, totdat Hij komt.” –

Dit getuigenis ging gepaard met onze barmhartigheidstaak ten opzichte van het Joodse volk. De offers, die bij deze vieringen gebracht werden, werden verzameld in het speciaal daartoe opgerichte ‘Beker- en Graanfonds’, met het doel de helft daarvan te besteden voor het getuigenis aan het volk van God en de andere helft als barmhartigheid aan dit volk.

De naamgeving van dit fonds is ontleend aan de Jozef-geschiedenis, waarin Jozef de beschuldiging van het stelen van zijn ‘profetische beker’ gepaard liet gaan met barmhartigheid in de vorm van ‘graanhulp’.

In 1969, op de 2Pesach/Goede Vrijdag, is het ‘graan-gedeelte’ van het tot dan toe bijeengebrachte bedrag, als een ‘eerstelingsgarve’ aan Israël aangeboden en is, door het ontvouwen van een oorkonde bij de Klaagmuur in Jeruzalem, de bedoeling hiervan geproclameerd.

Privacy Settings
We use cookies to enhance your experience while using our website. If you are using our Services via a browser you can restrict, block or remove cookies through your web browser settings. We also use content and scripts from third parties that may use tracking technologies. You can selectively provide your consent below to allow such third party embeds. For complete information about the cookies we use, data we collect and how we process them, please check our Privacy Policy
Youtube
Consent to display content from Youtube
Vimeo
Consent to display content from Vimeo
Google Maps
Consent to display content from Google
Spotify
Consent to display content from Spotify
Sound Cloud
Consent to display content from Sound